Blessures voorkomen

Veel golfers spelen met pijn. Niet met een pijn als van een gebroken been, maar met ‘pijntjes’ als gevolg van ontstoken pezen of overbelaste spieren. Dit zijn geen zware blessures, maar ze kunnen u wel van de golfbaan houden. Die blessures zijn vaak het gevolg van een verkeerde houding, een zwakke conditie en/of een slechte warming-up.

Hoe ontstaan deze blessures, wat gebeurt er tijdens de swing en hoe kunnen we ze voorkomen?

De sturende pols

Overbelasting aan de sturende pols is de oorzaak van deze blessure. Om uw natuurlijke krachtpositie te achterhalen, houdt u uw sturende hand (links voor rechtshandigen) voor u met de duim omhoog en maakt u een vuist. Het kleine kommetje/lichte hoek aan de achterzijde van de vuist dat zo ontstaat is de natuurlijke krachtpositie. De meeste amateurs missen de kracht om de club op deze manier te houden tijdens de impact van de bal en veroorzaken zo overbelasting. Ook als zij in de grond slaan, vlakken zij de polshoek af, waardoor er veel druk komt op de extensoren (strekspieren) van de pols. Dit kan leiden tot een peesontsteking.

→ Voorkomen

Als u de club met de linkerhand in een zwakke positie vastpakt met de duim naar beneden recht op de grip (zie 1) loopt u het gevaar uw linkerpols af te vlakken of zelfs gebogen te hebben bij impact. Draai uw linkerhand ongeveer 30° van uw doel af. Hiervoor plaatst u uw duim op ongeveer 01:30 op een denkbeeldige klok, meer aan de rechterzijde van de grip. Hierdoor creëert u het kleine kommetje dat u wilt hebben in de pols (zie 2).  

De sturende elleboog

Hier treedt hetzelfde probleem op als bij de pols: de pezen van de extensoren (strekspieren) aan de buitenzijde van de elleboog worden overbelast door de impact en beginnen bij de aanhechting van het bot te ontsteken. Dit noemen we een tenniselleboog (epicondylis lateralis). Een golferselleboog is eenzelfde soort blessure, maar dan aan de binnenzijde van de elleboog. Deze wordt veroorzaakt door een herhaaldelijk overbelasten en het draaien van de arm bij impact.

→ Voorkomen

Veel golfers verwarren het recht houden van de linkerarm met hem op slot zetten (zie 1). De juiste manier van recht houden is door de arm langs de zij te laten hangen zodat hij recht, maar toch ontspannen is. Het is beter de arm ‘zacht’ te houden en niet hard (gespannen) vanaf het begin van de swing tot aan het einde (zie 2). Op het moment van de downswing trekt de linkerarm vanzelf recht zonder dat u eraan hoeft te denken. 

De sturende schouder

Veel structuren in de schouder kunnen overbelast worden tijdens een verkeerde swing. Dit geldt het meest voor de rotator cuff-spieren (die zorgen voor de schouderstabiliteit). Ook komt een scheur in de kraakbeenring of labrum (die zorgt dat de grote schouderkop gemakkelijker in de kleine kom past) veel voor, vaak doordat men de linkerarm te dicht tegen de borstkas houdt tijdens de backswing. Deze ‘posterieure labrumscheur’ veroorzaakt pijn aan de achterzijde van de schouder.

→ Voorkomen

Spelers die niet goed draaien tijdens hun backswing compenseren dit vaak door de linkerarm schuin te kruisen over de borst (zie 1). Het draaien van het bovenlichaam is voor sommige spelers een fysieke uitdaging; anderen vinden het eng omdat zij denken dat zij de bal niet meer raken als zij terug moeten draaien. Draai daarom meer en swing minder (zie 2). Als het lichaam stopt met draaien, moeten de armen stoppen met swingen. Uw swing moet natuurlijk aanvoelen en tot stand komen door het draaien van het lichaam en niet door de spieren in de schouder.

De sturende knie

De sturende knie krijgt het zwaar te verduren en wordt vooral zwaar belast als we ons gewicht naar voren shiften tijdens het afmaken van de swing. De binnenzijde van de linkerknie krijgt dan te maken met veel trekkracht en druk en veel golfers zetten de knie op slot in een naar binnen gedraaide positie (zie 1). De knie krijgt hierdoor enorm veel afschuifkracht te verduren. Een blessure die hierdoor kan ontstaan, is beschadiging van de binnenste meniscus (mediale meniscus laesie), wat kan leiden tot slijtage van het kniegewricht.

→ Voorkomen

Om het linkerbeen goed te laten functioneren tijdens de swing moet de knie shiften voordat de heup shift. Dit is al vroeg in de downswing-fase. Dit wordt soms verhinderd doordat de heupen overdreven shiften in de richting van het doel. De lijn van de linkerdij is hierdoor verticaal of ‘wegleunend’ van het doel tijdens de downswing en niet leunend naar het doel toe. Het is beter om de linkervoet tussen de 20 en 30 graden in de richting van het doel te draaien tijdens het adresseren (zie 2), zodat de draai beter wordt en de heup minder shift.

De lage rug

De meest voorkomende golfblessure is een overbelaste lage rug. Bij de moderne swing draait alles om de draai van het bekken gedurende de slag. Er ontstaat hierbij veel trekkracht tussen het bekken en de onderste (lumbale) wervelkolom aan het bindweefsel, de pezen en spieren in dit gebied. Ook kunnen schuifkrachten doorwerken op de tussenwervelschijf in de lage rug. Dit kan weer leiden tot slijtage (artrose) van deze schijven.

→ Voorkomen

Golfers leren tegenwoordig om het bekken en het bovenlichaam apart te draaien. Dit geldt vooral tijdens de downswing, waarbij apart draaien meer snelheid oplevert (zie 1). Veel golfers kunnen dit echter niet zonder geblesseerd te raken. Probeer daarom alles in harmonie te laten verlopen: de heupen en de schouders moeten tegelijkertijd naar achteren draaien en ook weer op hetzelfde moment tijdens de downswing draaien (zie 2). U zult hierdoor wat kracht inleveren, maar uw rug blijft gespaard waardoor u langer kunt blijven golfen.